Wetenschappelijk bewezen?
11 juni 2010
Sinds enige tientallen jaren worden wereldwijd relaties gelegd tussen elektromagnetische straling en de gezondheid. Het begon in 1974 in Amerika met de constatering van het verband tussen leukemie bij jonge kinderen en de in de nabijheid aanwezige hoogspanningsmasten en trafostations. Momenteel worden er vanuit de samenleving en vanuit groepen artsen oproepen gedaan om meer onderzoek naar verbanden tussen gezondheid en elektromagnetische straling te gaan uitvoeren. Het meest opzienbarend is het ‘Freiburger Appell’ uit 2002. Een groep artsen uit Freiburg (Duitsland) uitte haar grote bezorgdheid over de toegenomen zware en chronische aandoeningen van medemensen in relatie tot hoog frequente magnetische gepulste straling.
 
De moeilijkheidsfactor om iets ‘wetenschappelijk te kunnen bewijzen’ is dat een onderzoek reproduceerbaar dient te zijn. Dit houdt in dat, indien hetzelfde onderzoek opnieuw wordt uitgevoerd door een ander onderzoeksteam, de onderzoeksresultaten elkaar bevestigen. Vervolgens kan het werkingsmechanisme worden opgesteld; het opstellen van een altijd werkend ‘model’. Helaas ligt dit bij het onderzoeken van een menselijk lichaam niet zo eenvoudig.

Op dit moment zijn onafhankelijke wetenschappers  tot de conclusie gekomen dat er minimaal 10 variabelen van invloed zijn bij het onderzoek naar niet-thermische effecten, alleen al bij hoog frequente straling.

bron: Wie empfindlich reagieren die Gene auf Mobilfunkstrahlung?

uitgever: Kompetenzinitiative zum Schutz von Mensch, Umwelt und Demokratie e.V.

 

Over de biologische effecten,  welke uit duizenden onderzoeken zijn voortgekomen, zijn de conclusies  niet ‘ eenduidig’  genoeg om over ‘ wetenschappelijk  bewijs’  te spreken.  (Let op: wetenschappers zijn het eens dat velden en straling invloed hebben op het lichaam.  De vraag is wanneer er sprake is van schade. )  

Ga maar eens onder de douche staan , draai de kraan dicht en laat druppels water op het voorhoofd  uit elkaar spatten.  Of ga maar eens voor  een gloeilamp van 60 W staan en voor een  stroboscoop van 60 W.  In beide gevallen is niet het vermogen van ‘biologisch’  belang, maar het pulseren / modulatie / frequentie, in combinatie met de tijdsfactor!  Waar op gezocht dient te worden is dus niet alleen naar het vermogen, maar ook kleine subtiele effecten (informatie) !  Zo geeft  een ‘wetenschappelijk’  onderzoek  waarbij de draaggolf van een bepaalde zendtechniek niet wordt voorzien van de benodigde gepulste modulatie (= de informatiegolf)  geen exacte weergave van de werkelijkheid. De uitkomst van zo’n onderzoek is  misleidend.  Door de  ‘ deregulatie’  overheidswege  een handig instrument om twijfel te zaaien door belanghebbende partijen. 

Inzichten vanuit de moderne celbiologie tonen  aan dat boven de bio-chemische huishouding in het lichaam een elektromagnetische ’ laag’  aanwezig is welke sturing geeft aan biologische processen.  Welke straling (frequentie, potentiaalverschil, tijdsduur, snelheid, modulatie)  heeft welke informatie? Hier onderzoek naar doen vraagt niet alleen het bio-chemische denkproces (gedeeltelijk) te verlaten maar tevens het bio-electromagnetische denkproces te implementeren.    Door een natuurkundige ‘bril’  kunnen de biologische invloeden van  elektromagnetische straling en velden eenvoudiger worden verklaard.  (potentiaalverschuivingen op celmembranen, storingen in ionen-uitwisselingen, foutreacties op neuronen en zenuwcellen, verandering in hormoonhuishouding vanuit aansturing diverse klieren,  afgifte van radicalen,  DNA breuken etc. )  Kernwoorden zijn dan resonantie, inductie, interferentie, electron spin resonance, celmagnetisme.

Vanuit de afhankelijke ‘ wetenschappelijke’  hoek valt een doorbraak  niet te verwachten die  schadelijkheid door elektromagnetische velden en straling aantoont;  de (financiële) belangen zijn voor het bedrijfsleven als mede voor de overheid te groot.  Wie het onderzoek betaalt , bepaalt de opzet,  en dus indirect de uitkomst van een onderzoek.   De complexheid van langdurige blootstellingen  van diverse soorten ‘ velden en straling’  waarin mensen zich gedurende dag en nacht  in bevinden is dusdanig verschillend van vorm,  sterkte en karakteristiek  dat ‘ eenduidig’  onderzoek onhaalbaar lijkt .  Praktijkervaringen  door  het  meten en verwijderen van bronnen,  in combinatie met de ervaren verbetering van de gezondheid van personen, zal de leidraad worden in de toekomst.  Belangrijk is te onderkennen dat er van a-specifieke lichamelijke reacties sprake is door blootstelling aan elektromagnetisme.

Toch zijn er al ruim voor de 2e wereldoorlog experimenten en onderzoeken gedaan naar de werking van elektromagnetisme op organismes. Zo kwamen Duitse onderzoekers in 1932 al tot de ontdekking dat het dierlijk lichaam reageert op sterke straling van kortegolf zenders. Dit onderzoek werd vervolgens uitgevoerd op mensen. De symptomen, welke beschreven werden zijn vermoeidheid, slaapstoornissen, trekkend gevoel van het voorhoofd en hoofdpijnen. In dezelfde tijd, in de Verenigde Staten, onderzochten wetenschappers de ‘eigen’ (statische) elektrische velden van dieren, mensen en bomen. Bij bomen heeft men toen verschillende ‘lichaamseigen’ elektrische stroompjes gemeten. De hoeveelheid zonlicht, heersende vochtigheid, aanwezige weersgesteldheid en maanstanden gaven andere meetgegevens. Ondanks de eenvoudige en onnauwkeurige meetapparatuur van die tijd, een opzienbarend gegeven.

 
Zie foto’s schade aan bomen.                  Bron: www.puls-schlag.org

 

 
Het IARC (International Agency for Research on Cancer) is een dochterorganisatie van het WHO (World Health Organization) en heeft magnetische en elektrische velden als volgt ingedeeld:
- Magnetic fields (extremely low frequency) klasse 2B: mogelijk kankerverwekkend
-
 
Electric fields (extremely low frequency and static) klasse 3: wellicht kankerverwekkend, doch moeilijk in te schatten
Het overzicht van de indelingsklasse:
http://monographs.iarc.fr/ENG/Classification/index.php.

 
’Het STOA-Panel (Scientific and Technological Options Assessment), als onderdeel van het Europees Parlement, heeft  in 2001 hetvolgende advies uitgebracht: ’De fysiologische en milieueffecten van niet-ioniserende      elektromagnetische straling
Het STOA advies rapport.